Arbeidsinspectie grijpt in bij bouwbedrijf Rotterdam.
- Hanjo Mastenbroek

- 6 nov 2025
- 4 minuten om te lezen

Arrestaties in Rotterdamse haven leggen mogelijke jarenlange constructie bloot
Op dinsdagochtend 5 november is er in de Rotterdamse haven een gecoördineerde actie uitgevoerd waarbij drie personen zijn aangehouden. Zij worden verdacht van betrokkenheid bij mensensmokkel en het inzetten van illegale arbeid binnen een bouwbedrijf dat daar actief is. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie gaat het mogelijk om een situatie die al meerdere jaren aan de gang is.
Tijdens dezelfde actie werden zes mannen aangetroffen die illegaal in Nederland verbleven. Het ging daarbij om werknemers afkomstig uit onder andere Oezbekistan en Algerije. Zij werden direct overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie.
Wat deze actie bijzonder maakt, is niet alleen de inzet van een arrestatieteam en de opsporingsdienst, maar ook de schaal: er werden woningen en een bedrijfspand doorzocht, ondersteund door een helikopter. Ook zijn twee luxe voertuigen en een bedrijfsbus in beslag genomen, één van die auto’s vertegenwoordigde een nieuwwaarde van meer dan vier ton.
De operatie werd uitgevoerd onder gezag van het Functioneel Parket, en volgt op eerdere controles waarbij al vier illegale arbeidskrachten bij hetzelfde bouwbedrijf waren aangetroffen.
Juridische duiding: wat betekent dit?
Illegale arbeid en mensensmokkel zijn juridisch scherp afgebakend
De kern van deze casus ligt juridisch in de combinatie van illegaal verblijf, tewerkstelling zonder vergunning, en een mogelijk patroon van facilitering daarvan. Op zichzelf zijn dat drie afzonderlijke juridische inbreuken, maar samen vormen ze een zwaarder geheel.
In juridische zin geldt op basis van artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) dat het verboden is om een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid te laten verrichten in Nederland, tenzij deze persoon zelfstandig toegang heeft tot de arbeidsmarkt.
Wat opvalt in deze zaak is dat sprake lijkt te zijn van bewust faciliteren, mogelijk zelfs structureel. Dat opent de deur naar strafrechtelijke vervolging wegens mensensmokkel of mensenhandel. De strafbaarstelling van mensensmokkel is te vinden in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, terwijl arbeidsuitbuiting, een vorm van mensenhandel, wordt behandeld onder artikel 273f.
De vraag of daadwerkelijk sprake is van mensenhandel, hangt onder meer af van of sprake was van misbruik van een kwetsbare positie, afhankelijkheid, of het onthouden van loon of bewegingsvrijheid. De inzet van huisvesting, afhankelijkheid van verblijf, en financiële uitbuiting spelen hier allemaal mee.
Bestuurlijke én strafrechtelijke risico’s
Stel je voor dat je als werkgever te maken krijgt met een werknemer die illegaal blijkt te werken, hoe gaat dat in zijn werk? In de praktijk legt de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete op zodra sprake is van overtreding van de Wav. Dat kan ook wanneer de werkgever zich van geen kwaad bewust was.
Een werkgever wordt namelijk geacht zijn verificatieplicht correct na te leven. Die houdt in dat vóór aanvang van de werkzaamheden gecontroleerd moet worden of de vreemdeling over een geldige verblijfstitel beschikt én arbeid mag verrichten in Nederland. Ook moet een kopie van het identiteitsbewijs worden opgenomen in de administratie.
Wordt deze plicht geschonden, dan kan dat resulteren in een boete die sinds februari 2025 verhoogd is tot € 11.250 per werknemer.
Daarnaast kan de zaak, zoals hier vermoedelijk gebeurt, uitmonden in strafrechtelijke vervolging. Wanneer er aanwijzingen zijn van georganiseerde mensenhandel of financieel gewin uit illegale tewerkstelling, kan het Functioneel Parket strafrechtelijke vervolging instellen.
Het bijzondere van deze casus is dat sprake lijkt van langdurige betrokkenheid bij illegale arbeid, en dat dit mogelijk is gebeurd vanuit een rol als leidinggevende. Ook die positie brengt risico’s met zich mee, omdat feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen afzonderlijk strafbaar is.
Wat moet je weten als werkgever?
In de praktijk gebeurt het vaker dan men denkt: een onderaannemer of uitzendbureau stelt een buitenlandse kracht ter beschikking, en men gaat ervan uit dat “het wel klopt”. Maar die veronderstelling is juridisch riskant. De verificatieplicht rust namelijk óók op de inlener of opdrachtgever.
Dus: stel je werkt samen met een onderaannemer. Dan moet je niet alleen controleren of die partij betrouwbaar is, maar óók of de persoon die bij jou op locatie verschijnt daadwerkelijk legaal in Nederland mag werken.
Werkgevers die actief zijn in sectoren zoals de bouw, logistiek of schoonmaak doen er goed aan structureel vast te leggen hoe zij hun controleprocessen uitvoeren. Denk aan:
Het inwinnen en archiveren van kopieën van paspoorten, verblijfsdocumenten en – indien nodig – tewerkstellingsvergunningen
Het bijhouden van een intern verificatieregister
Het gebruiken van een checklist voor elke nieuwe arbeidskracht
Periodieke audits van de eigen keten van onderaanneming en inhuur
Want: als het misgaat, is het niet alleen de directe werkgever die risico loopt. Ook de inlenende partij kan bestuurlijk of strafrechtelijk worden aangesproken.
Analyse van de Rotterdamse zaak
Wat hier opvalt is dat eerdere overtredingen bij dezelfde onderneming al zijn vastgesteld. Dat zou, bij herhaling, kunnen leiden tot verzwarende omstandigheden bij eventuele vervolging of sanctie.
De inzet van luxe goederen en langdurige patronen kan erop wijzen dat er sprake was van economische winst uit illegale arbeid. In dat geval kan het Openbaar Ministerie zelfs strafverzwarende omstandigheden aannemen.
Het feit dat dit speelt in een sector waar vaak met onderaannemers wordt gewerkt, benadrukt nog eens hoe belangrijk het is om ketenverantwoordelijkheid serieus te nemen. Een excuus als “wij hadden geen zicht op de situatie” volstaat in juridische zin niet, wanneer men nagelaten heeft toezicht te houden.
Conclusie: legaliteit is meer dan formaliteit
Wat je uit deze zaak vooral meeneemt: het gaat niet alleen om de letter van de wet, maar ook om de inrichting van je organisatie. Het voldoen aan de Wet arbeid vreemdelingen vraagt om actieve controle, vastlegging en alertheid op signalen van afhankelijkheid en uitbuiting.
Het risico van boetes, reputatieschade en zelfs strafrechtelijke vervolging is reëel – zeker wanneer sprake is van bewust handelen of grove nalatigheid.
Dat betekent dus ook: structurele preventie, niet alleen papieren orde.





















